Hà Giang loop: Dag 3
Het is alweer de laatste dag van de Hà Giang loop. Het is een dag van smallere wegen, – maar desondanks met tegenliggers, – een slechter wegdek en veel meer kronkels. Het tempo daarentegen neemt toe. We knallen met een noodgang door de bergen.
Bij een plaatselijke markt, die hier één keer per week plaatsvindt, stoppen we. Ze verkopen hier werkelijk alles. Van gloednieuwe telefoonschermen tot kruiden, van gebraden kippenpoten (en ja, ik bedoel, letterlijk de poot zelf) tot aan levende geiten, die per drie in een klein kooitje achterop de scooter worden vervoerd. Ook zie ik een scooter met flinke vaart de markt doorkruisen. Zijn aanwinst: zes nieuwe kippen. Ze zijn omstekop aan weerszijden van zijn scooter aan hun poten geknoopt. De drie kippen aan de rechterkant hangen pal boven de bloedhete uitlaat. Het is een andere cultuur met andere normen en waarden. En die woorden herhaal ik mezelf honderd keer terwijl ik met een knoop in mijn maag naar een biggetje kijk, die in een plastic tas verdwijnt met een piepklein luchtgaatje, en die na verloop van tijd steeds minder beweegt. Het is waarschijnlijk naïef om te denken dat het er in Nederland achter de schermen veel beter aan toegaat, maar toch doet het pijn om het van zo dichtbij te zien. Zo ook als ik naar de twee kittens staar die in een bamboe ‘houdertje’ gevangen zitten, die letterlijk even groot zijn als de kittens zelf. Als we uiteindelijk terug zijn bij het begin van de route knuffel ik het hondje, dat daar als huisdier wordt gehouden, nog maar eens goed. Binnen de kortste keren zijn we de grootste vrienden.
We eten een welkom pastaatje na al die rijst, en Iris besluit zichzelf in de stad Hà Giang te vereeuwigen door vrolijk met haar sneakertjes door het pas gestorte cement te stappen. Oeps. Nouja, nu heeft Vietnam er weer een toeristenpleister bij: de Walk of Fame.
Na twee uurtjes wachten, kruipen we uiteindelijk in de cabines van een sleeping bus. Opgevouwen ondervinden we dat de cabines zijn ingericht voor personen van Vietnamese lengtes. Gelukkig kunnen we genieten van de discolampjes die een bak aan licht afgeven. We schuiven onze gordijntjes dicht en proberen in foetushouding wat te slapen. Morgen rond 6 uur arriveren we in Ninh Binh.


